« 'COMMUNITY EMPOWERMENT' IN THE UK - THE BATON PASSES FROM BLAIR TO BROWN 9.6.07 [EN] | Main | European Support for Urban Practitioners Needed 23.5.07 [EN] »
vendredi
juin012007

Respect! Onderzoek naar sociale cohesie 1.6.07 [NL]

minister-vogelaar%20web%207601.jpg<] Minister Ella Vogelaar van Integratie en Stedenbeleid (o.a.). Een grote verandering vergeleken bij haar voorgangster, wat integratiebeleid betreft. De combinatie met (grote-) stedenbeleid kan een heel vruchtbare worden. De vroegere FNV-vakbondsbestuurster opereert vanuit het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeleid. Ook dat kan bijdragen tot een productievere aanpak van de problemen: Niet vanuit de "regels", maar vanuit de stadswijken in hun geheel... (foto beeldbank ministerie van VROM).

---------------- 

Eindelijk!

Er is een boek verschenen, dat signaleert, dat integratie van bevolkingsgroepen van verschillende herkomst ècht een tweezijdig proces is. "Het moet van twee kanten komen", luidt de volkswijsheid over 'liefde'. Evenblij's studie toont aan, dat de "autochtone" integratie-partij niet thuis geeft als het om inspanning of zelfs maar respect gaat. Dat is uit en te na aangetoond in een hele rij wetenschappelijke studies, maar daar is nooit wat mee gedaan. Als je integratie wilt, moet je eigenlijk eerst gaan opvoeden, leren, trainen in de autochtone stadswijken.

Haat, afwijzing, afsluiting - die hoeven maar van één kant te komen, om de boel in het honderd te laten lopen. Maar als die dingen de vrije loop worden gelaten, of zelfs aangemoedigd, zoals in de laatste jaren is gedaan door Bolkestein, Fortuyn, Wilders, Verdonk en de Rotterdamse LPF, dan roepen ze even nare tegenreacties op van de uitgesloten groepen. Zelfs als Evenblij's boek het verhoopte effect zal hebben, namelijk een evenwichtiger integratiepolitiek, dan is er na de schade van de afgelopen jaren, nog heel wat werk aan de winkel in de stadswijken.

Anja Meulenbelt, zojuist herkozen eerste-kamerlid voor de SP, bespreekt in haar weblog van 31 mei het boek: 

Vanochtend in de Volkskrant. Wetenschapsjournalist Maarten Evenblij heeft in opdracht van het NWO een boek geschreven over sociale cohesie in Nederland, en daarbij gebruik gemaakt van het vele onderzoek dat al in diverse lades lag.
De conclusie daarvan is voor mij geen openbaring, maar een bevestiging, en het is heel goed dat het boek er is. De conclusie staat haaks op het beleid en de publieke opinie van de afgelopen jaren als het gaat om de integratie. Die conclusie, even snel samengevat, is dat integratie van minderheden begint met de erkenning en niet de ontkenning van hun identiteit.

Dat is ook de conclusie die we vele jaren geleden al trokken, in de samenwerking met mensen met diverse achtergronden, in de tijd die nu vaak geringsschattend wordt afgedaan als al die multicul. De conclusie toen was dat migranten uiteraard hun best moeten doen om te participeren, (Nederlands leren, een opleiding volgen, de weg vinden in de Nederlandse samenleving, contact maken) maar dat het succes daarvan minstens evenveel afhankelijk is van de houding van de ‘ontvangende’ bevolking, en met name ook van de overheid en de politiek. Wanneer die alleen maar angstig de deuren dicht proberen te houden, alleen maar eisen stellen aan de nieuwkomers zonder zelf de hand uit te steken, verwachten dat alles wat migranten aan nieuwe cultuur meenemen stante pede wordt afgelegd, dan wordt het niet veel met de integratie. Dan keert een deel van de migranten zich af van de ontvangende bevolking, die als vijandig en afwijzend wordt ervaren, en hebben nog meer dan daarvoor de neiging om hun heil te zoeken bij de eigen groep, zich op hun beurt ook beschermend af te sluiten, van de weeromstuit hun eigenheid juist te benadrukken en het kwaad op hun beurt op de autochtonen te projecteren.

Dat is wat we de laatste jaren hebben zien gebeuren, als antwoord op een integratiebeleid dat heel eenzijdig de opdrachten neerlegde bij de migranten - jullie moeten je aanpassen aan ons, wij hoeven niets want wij waren er al, en hoe meer je op ons gaat lijken hoe groter de kans dat je mee mag doen. Het Verdonkse denken, waarbij integratie langzamerhand en sluipend werd vervangen door assimilatie. En dat terwijl de migrant of de migrantenkinderen heel goed merkten dat ook dat niet klopte, want ook als ze verschrikkelijk hun best deden, opleidingen volgden, vlekkeloos Nederlands spraken, naadloos participeerden in de maatschappij, als het er op aan kwam waren ze toch opeens vooral Marokkanen, aan wiens loyaliteit getwijfeld moest worden. Dat was, voor veel migranten, het schokkende, toen de club van Wilders de pijlen uitgerekend richtte op Aboutaleb, Albayrak en Arib en er aan hun loyaliteit werd getwijfeld. Als zelfs zulke buitengewoon geintegreerde, loyale, politiek participerende Nederlanders gewantrouwd moeten worden omdat ze niet ontkennen dat ze ook nog moslim zijn en een andere achtergrond hebben, wat voor hoop is er dan voor gewone Turkse en Marokkaanse Nederlanders die het nog niet geschopt hebben tot kamerlid of staatssecretaris?

Evenblij heeft 15 miljoen euro aan onderzoek dat al in de jaren negentig werd gedaan over de binding van diverse groepen aan de samenleving gelezen en was verbijsterd. Want in dat onderzoek staat het allemaal al en het verdween in de la. Studies over de positie van vrouwen en allochtonen op de arbeidsmarkt, solidariteit op het werk, saamhorigheidsgevoel in de vinexwijken, migrantenparticipatie in sportclubs, het belang van eigen taal en cultuur - uit al die onderzoeken kwam dezelfde conclusie: binding aan de samenleving is alleen succesvol als mensen zich ook door die samenleving gewaardeerd voelen. Alleen als je het gevoel hebt dat je er mag zijn, als individu, als groep, ontstaat er binding. Erkenning van diversiteit is dus noodzakelijk als we willen dat mensen duurzaam en goed met elkaar optrekken. En natuurlijk, Nederlands spreken en meer over de cultuur weten van het ontvangende land, dat helpt ook.

En dat betekent dat we erkennen dat alle mensen een meervoudige identiteit hebben, je bent, bijvoorbeeld, niet alleen Turk, maar ook vrouw, partner, ondernemer en onderdeel van de Nederlandse samenleving, zegt Evenblij. De verplichting om een andere identiteit aan te nemen, je afkomst te verloochenen, slaat nergens op. Hoe meer dwang, eenzijdige eisen en afwijzing, hoe meer mensen zich juist onttrekken.

Geen van de onderzoeksresultaten drong door tot het beleid. Dat stond er haaks op. Erkenning van de identiteit van migranten is immers geen populaire boodschap. Liever verplichte inburgering, Nederlands praten op straat, het belemmeren van moskee-bouw, verbod van nikaab of afschaffing van de dubbele nationaliteit.

Of in mijn woorden: het is noodzakelijk dat we de les die we in de veelverguisde jaren tachtig al leerden, dat integratie nooit alleen eenrichtingsverkeer kan zijn, opnieuw serieus nemen. Je kunt van migranten niet serieus verwachten dat ze volledig ‘integreren’ wanneer de ontvangende bevolking, plus de politiek, vooral bezig zijn met uitsluiting in plaats van insluiting. En insluiting lukt alleen met respect voor diversiteit en de eigenheid van de ander.

Evenblij hoopt nu dat Balkenende IV een nieuwe kans biedt, dan is die 15 miljoen euro die al dat onderzoek gekost heeft niet over de balk gesmeten.

Ella Vogelaar, minister van Wonen, Wijken en Integratie neemt vandaag het boek van Evenblij, Respect! Onderzoek naar sociale cohesie in ontvangst.

Tot zover Anja Meulenbelt.

Naar mijn mening was, ondanks alle goede bedoelingen, de hoofdfout van het Nederlandse integratiebeleid zoals dat met Henk Molleman in de tachtiger jaren vorm kreeg, dat de zwaarste last van de inspanningen die aan autochtone kant nodig zijn voor sociale cohesie (integratie) werd gelegd bij die mensen die zelf ook in de verdrukking zaten. De oorspronkelijke bewoners van "probleemwijken" dus. Wij, de pioniers van het "Minderhedenbeleid" (bij het ministerie van Binnenlandse Zaken) zagen dat wel. Maar het geïntegreerde wijkenbeid, met vrijheid van 'onorthodoxe' investeringen voor àlle betrokken groepen, dat onder mijn leiding vanaf 1982 "PCG" (Probleemcumulatiegebiedenbeleid) heette, moest tegen verschillende stromen oproeien:

  • In de eerste plaats de groeiende werkloosheid in die tijd en de bijpassende bezuinigingsrondes. Daardoor kwamen oude en nieuwe bewoners in een steeds fellere concurrentiepositie tegenover elkaar te staan. Ze konden elkaar, naar het aloude Nederlandse zuilenmodel, niet meer negéren. De Hollandse ('lege') versie van interculturele tolerantie, die zo beschaafd en progressief leek, sloeg verbazend snel in haar tegendeel om. Daarmee werd onthuld, dat die tolerantie niets anders was dan een ideologisch sausje over onverschilligheid.
  • In de tweede plaats kwam er, na aanvankelijk politiek en bestuurlijk enthousiasme van alle kanten, al spoedig passief- en soms aktief  - "administratief" verzet tegen de integrale aanpak.Voor sommigen was het een aantasting van het decentralisatie-principe (het rijk bemoeide zich te aktief met budgetbesteding door gemeenten), voor andere landelijke en plaatselijke instituties en diensten bleek het onverdraaglijk, dat een deel van hun geld werd besteed aan zaken die weliswaar nuttig en effectief waren voor de belangen van "hun" sector, maar die in eerste instantie "ten goede" kwamen aan andere sectoren.
  • Dat leidde in veel gevallen tot verwaarlozing van de "autochtone" kant van de problematiek en de bijbehorende oplossingen. Een klassieke "welzijns"-orientatie (minisubsidies an initiatieven van en voor allochtonen) ging vaak weer overheersen. Wrok en frustraties aan autochtone kant werden daardoor eerder versterkt dan verminderd.
  • Ten vierde: De evaluatie en de verantwoording aan de hand van de integratie- en sociale cohesie- doelen door onafhankelijke wetenschappelijke onderzoekers, bleek vrijwel onmogelijk. Ook universiteiten zijn sectoraal geörienteerd. Pas later, eerst in het UK, later ook in de rest van de EU, werden normen, criteria en concreet te observeren "benchmarks" ontwikkeld, aan de hand waarvan behaalde resultaten en het nut van de geïnvesteerde middelen kunnen worden berekend. Voor Nederland kwam dat te laat. Intussen waren we hier bezig om ideologisch te onderbouwen, waarom de volledige last van de integratie bij de immigranten zou moeten liggen.
Dat doet allemaal niets af aan wat er in de wijken zelf is gedaan door bewoners en hun organisaties, door de projectteams en hun verantwoordelijke wethouders en door wetenschappers die zich zetten aan het ontwikkelen van nieuwe evaluatie-methoden. Er werd (en wordt!) eenvoudig niet naar gekeken. Gemakkelijke praatjes van columnisten zetten de agenda.
Daarom is het belangrijk, dat eens wordt aangegeven, wàt er allemaal aan onderzoeksuitkomsten in de afgelopen vijftien jaar genegeerd is.
(Huib Riethof)

PrintView Printer Friendly Version

EmailEmail Article to Friend

Reader Comments (1)

Helemaal eens! Veel te vaak voert populisme de boventoon in deze discussie.

In de NRC stond deze week weer een ongenuanceerde column met betrekking tot de wijken. Er moet nog heel veel beter, maar laten we de discussie wel inhoudelijk blijven voeren.

Groet Anton Meersman
www.trackers-beleggen.nl
septembre 16, 2011 | Unregistered CommenterAnton

PostPost a New Comment

Enter your information below to add a new comment.

My response is on my own website »
Author Email (optional):
Author URL (optional):
Post:
 
All HTML will be escaped. Hyperlinks will be created for URLs automatically.